Fout
  • Could not connect to memcache server

Thema's

Afdrukken
Een doorbraak in de strijd tegen baarmoederhalskanker!
Het vaccin  is uitermate doeltreffend, maar ook zeer duur en de verplichte verzekering betaalt het (nog) niet terug: 130,22 euro voor één dosis, terwijl er 3 injecties nodig zijn voor een totale bescherming (390,66 euro), bovenop de kosten van de raadpleging bij de arts.

Tegemoetkoming ziekteverzekering

De ziekteverzekering betaalt het vaccin  grotendeels terug voor meisjes van 12 tot en met 15 jaar. Voor hen kost het vaccin 10,80 euro per dosis (de vaccinatie bestaat steeds uit drie doses) of 7,20 euro indien ze recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming.
Voorwaarden

  • Op het ogenblik van de eerste toediening is het meisje minstens 12 jaar maar nog geen 16.
  • Wie het eerste vaccin aankoopt na de zestiende verjaardag heeft geen recht op de tegemoetkoming (ongeacht de datum op het voorschrift).
  • Wie het eerste vaccin aankocht vóór 1 november en vóór de zestiende verjaardag, maar het tweede en/of derde vaccin nog moet toegediend krijgen zelfs na de zestiende verjaardag, heeft voor dit tweede en/of derde vaccin wel nog recht op de tegemoetkoming.
  • Per rechthebbende zijn maximaal drie vergoedbare doses mogelijk.
  • Op het voorschrift staat de vermelding 'Eerste toediening', 'Tweede toediening' of 'Derde toediening'. Voor een tweede en derde toediening staat ook de datum van de eerste of tweede toediening genoteerd.


Wie niet tot de doelgroep behoort kan naargelang het ziekenfonds:
• een terugbetaling bekomen die schommelt tussen 50 en 150 euro
• in een andere doelgroep terecht komen, de doelgroep voor  tegemoetkoming kan verschillen van ziekenfonds tot ziekenfonds (het vaccin blijft doeltreffend, ongeacht de leeftijd!)

Informeer bij je ziekenfonds :









         






Afdrukken
Preventie bij jonge vrouwen… dankzij vaccinatie
Er bestaan twee vaccins, die een bescherming tegen HPV en baarmoederkanker garanderen: Gardasil, actief tegen HPV 6, 11, 16, 18 (Laboratoria Sanofi-Pasteur en MSD), en Cervarix, actief tegen HPV 11, 18 (Laboratoria GSK). Gardasil is sinds 3 november 2006 op de markt en Cervarix zal pas in de loop van 2007 verkrijgbaar zijn.

De doeltreffendheid van de vaccinatie – voor een totale bescherming zijn drie injecties vereist - blijft gelden ongeacht de leeftijd bij de inenting. Het is momenteel nog onduidelijk of een herhalingsvaccin op termijn nodig is. Het vaccin wordt het best toegediend aan adolescenten, die nog geen seksuele betrekkingen hebben gehad: de ideale leeftijd is redelijk vroeg, tussen 10 en 16 jaar, vóór de eerste seksuele betrekkingen.

Vaccinatieschema :
De vaccinatiereeks bestaat uit 3 afzonderlijke doses van 0,5 ml, toegediend overeenkomstig het volgende schema: 0,2 en 6 maanden.
Als een ander vaccinatieschema noodzakelijk is, dient de tweede dosis ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.

De twee vaccins hebben een preventieve werking en geen therapeutische. De bescherming tegen een infectie opgelopen vóór de toediening van het vaccin is dus gering. Maar na de vaccinatie bent u volledig beschermd tegen de ergste vormen van het HPV-virus (de types waartegen het vaccin bescherming biedt)!

Goed om te weten.
De vaccinatie sluit niet uit dat u het best regelmatig een uitstrijkje van de baarmoederhals laat maken. Dat gynaecologisch onderzoek gebeurt snel, pijnloos en is niet duur. Het uitstrijkje laat toe de baarmoedercellen te analyseren (en eventuele verdachte letsels op te sporen), maar het is geen specifiek onderzoek naar het HPV-virus!
In de praktijk is een uitstrijkje aangeraden in het jaar dat volgt op de eerste seksuele betrekkingen of, in ieder geval, vanaf de leeftijd van 25 jaar. Na twee normale uitstrijkjes in twee opeenvolgende jaren, kan u het uitstrijkje om de 3 à 5 jaar laten uitvoeren tot de leeftijd van 65 jaar.
Het risico op baarmoederhalskanker vermindert niet zolang u seksueel actief blijft! Om levenslang beschermd te blijven tegen HPV, is er één veilig preventiemiddel: vaccinatie. Informeer u bij uw huisarts of gynaecoloog.
Afdrukken
De beste preventie bestaat er inderdaad in zich vanaf de leeftijd van 20 jaar regelmatig te laten volgen met een jaarlijks gynaecologisch onderzoek en een baarmoederhalsuitstrijkje om de 2 of 3 jaar.
Baarmoederhalskanker is een frequent voorkomende kanker die jaarlijks wereldwijd ongeveer 500.000 vrouwen treft. Baarmoederhalskanker komt zelden voor vóór de leeftijd van 30 jaar; de incidentie is maximaal tussen de leeftijd van 50 en 70 jaar. Dankzij screening met uitstrijkjes is de incidentie van baarmoederhalskanker in de ontwikkelde landen duidelijk verminderd en is de mortaliteit (of sterfte) door baarmoederhalskanker de laatste 30 jaar met meer dan 60% gedaald.
De risicofactoren zijn bekendDe laatste jaren heeft men ontdekt dat baarmoederhalskanker meestal te wijten is aan een infectie door het humane papillomavirus (HPV), een virus dat seksueel wordt overgedragen. Er werden screeningtests ontwikkeld, maar deze zijn nog te duur om het uitstrijkje te vervangen. Het HPV kan dysplasie van de baarmoederhals veroorzaken, maar die dysplasie geneest in alle gevallen als de letsels goed worden gevolgd en behandeld. Andere factoren die baarmoederhalskanker in de hand kunnen werken, zijn roken, seksuele betrekkingen op jonge leeftijd en frequente verandering van partner.
Preventie is dus mogelijkElke vrouw zou dus jaarlijks een volledig gynaecologisch onderzoek moeten ondergaan (speculumonderzoek van de vagina en de baarmoeder, vaginaal toucher en onderzoek van de borsten). Het wordt aanbevolen minstens om de 3 jaar een baarmoederhalsuitstrijkje te nemen (als de eerste twee uitstrijkjes met een jaar interval normaal zijn) vanaf de leeftijd van 20 jaar tot de leeftijd van 70 jaar en ouder, zolang de vrouw betrekkingen heeft. Een baarmoederhalsuitstrijkje is een eenvoudig, pijnloos onderzoek, waarbij oppervlakkige cellen van de baarmoederhals worden afgeschraapt met behulp van een houten spatel. De cellen worden op een voorwerpglaasje gelegd en microscopisch onderzocht. Zo kan de arts abnormale cellen (inflammatoire, dystrofische of kankercellen) herkennen. Een baarmoederhalsuitstrijkje is dus een essentieel onderzoek om letsels in een vroeg stadium, als ze nog goed kunnen worden behandeld, op te sporen.
Specialisten nemen aan dat 90% van de sterfgevallen door baarmoederhalskanker zou kunnen worden voorkomen door een regelmatige screening. Daarom is het wenselijk bij alle betrokken vrouwen stelselmatig een baarmoederhalsuitstrijkje uit te voeren, en de ziekteverzekering zou dat onderzoek ten laste moeten nemen.
Afdrukken
De meest voorkomende gynaecologische kankers zijn kanker aan de baarmoederhals, het baarmoederlichaam en aan de eierstokken. Eierstokkanker is de meest voorkomende kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen: elk jaar wordt dit bij 1400 vrouwen vastgesteld. Kanker van de baarmoeder kan op verschillende plaatsen in dat orgaan voorkomen. De baarmoeder bestaat uit het baarmoederlichaam en de baarmoederhals. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de schede (vagina); aan het uiteinde van de baarmoederhals bevindt zich de baarmoedermond.

Het baarmoederlichaam is van binnen bekleed met slijmvlies, dat maandelijks - bij de menstruatie - wordt afgestoten. Baarmoederhals en baarmoedermond zijn eveneens bekleed met slijmvlies. Dit wordt tijdens de menstruatie echter niet afgestoten. Het slijmvlies in de baarmoederhals bestaat uit een ander soort cellen dan het slijmvlies in de baarmoedermond. Op de plaats waar deze twee soorten cellen aan elkaar grenzen is een overgangsgebied. Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond. Dit gebeurt doorgaans heel langzaam: tussen het allereerste begin en het moment dat er uiteindelijk baarmoederhalskanker is ontstaan, kan wel 10 tot 15 jaar liggen.


In het begin ontwikkelt zich een aantal afwijkende cellen. Er is op dat moment nog geen sprake van kanker. De cellen zijn volstrekt ongevaarlijk. Bovendien verdwijnen ze vaak weer vanzelf.`
Voorstadium en beginstadiumAls het aantal afwijkende cellen toeneemt, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is in zo'n stadium nog heel beperkt en kan met een eenvoudige behandeling afdoende worden verholpen. Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat vervolgens baarmoederhalskanker. Aanvankelijk zijn de kankercellen in een zogenaamd beginstadium. Na behandeling is de kans op genezing bij zo'n beginstadium vrijwel 100 procent.

Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, is er na behandeling een goede kans op genezing. Deze neemt echter wel af naarmate de ziekte zich verder heeft uitgebreid. Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 35 tot 45 jaar. Tegenwoordig wordt deze soort kanker op wat jongere leeftijd ontdekt dan vroeger.
OorzakenBij elke soort kanker kunnen bepaalde omstandigheden het risico op de ziekte vergroten. Er zijn aanwijzingen dat bij het ontstaan van baarmoederhalskanker vaak een virus (humaan papilloma virus - HPV) een rol speelt. Dit virus wordt via geslachtsgemeenschap overgedragen en kan veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals teweegbrengen. In een aantal gevallen leidt dit tot baarmoederhalskanker. Hoe meer wisselende seksuele contacten, des te groter de kans dat het virus wordt overgedragen. Wanneer een vrouw baarmoederhalskanker heeft, wil dit echter niet zeggen dat zij of haar partner wisselende contacten heeft gehad.

Baarmoederhalskanker blijkt vaker voor te komen bij vrouwen die roken dan bij vrouwen die niet roken. Roken beïnvloedt het afweersysteem, waardoor het lichaam meer vatbaar wordt voor ziekteverwekkers.

Naar het gebruik van de pil en het mogelijke risico op baarmoederhalskanker wordt nog steeds onderzoek verricht. De uitkomsten tot nu toe vormen geen reden om het gebruik van de pil af te raden vanwege een mogelijk risico op baarmoederhalskanker.
Klachten en symptomenVeranderingen aan de cellen van de baarmoederhals leiden in eerste instantie nog niet tot klachten. Het eerste verschijnsel dat een vrouw zelf opmerkt, is een ongewone, bloederige afscheiding. Het hoeft niet altijd om een echt duidelijke bloeding te gaan. Als er maar een beetje bloedverlies is, geeft dat een bruinige afscheiding. Soms merkt een vrouw alleen maar wat bruine veegjes.
In alle gevallen gaat het om bloedverlies buiten de normale periode van ongesteldheid om:
- Zo kan er tijdens of vlak na de geslachtsgemeenschap een bloeding optreden. Men spreekt dan van een 'contactbloeding'. Ten gevolge van geslachtsgemeenschap kan een daar aanwezig gezwel gaan bloeden. Overigens komen bij vrouwen die de 'pil' gebruiken, contactbloedingen ook wel voor zonder dat er afwijkingen aan de baarmoedermond zijn.

- Ook kan er een bloeding of wat bloederige afscheiding optreden tussen twee perioden van ongesteldheid in.

- Vrouwen die de overgang al hebben gehad, kunnen opeens een bloeding krijgen. Dit wordt wel eens verward met het plotseling terugkeren van de ongesteldheid. Als een vrouw echter al geruime tijd, ongeveer een jaar, niet meer heeft gemenstrueerd, is zo'n bloeding geen gewone ongesteldheid.
Voor alle ongewone bloedingen geldt, dat onderzoek door de huisarts noodzakelijk is om zeker te weten wat er precies aan de hand is. De huisarts zal een inwendig onderzoek doen en een uitstrijkje maken.

Met een uitstrijkje zijn ook veranderingen aan de baarmoederhals te ontdekken die nog geen klachten geven. Daardoor is het uitstrijkje een geschikte methode voor de vroege ontdekking van baarmoederhalskanker.
BehandelingWanneer baarmoederhalskanker in een voorstadium wordt vastgesteld, kan volstaan worden met een plaatselijke behandeling. Het afwijkende weefsel wordt bijvoorbeeld vernietigd door bevriezing of laserlicht. Ook kan het weefsel operatief worden verwijderd.

Bij een voorstadium van baarmoederhalskanker is deze ingreep heel beperkt. Die operatie noemt men een 'conisatie': het verwijderde weefsel heeft de vorm van een kegeltje, ook wel 'conus' genoemd.

Bij een 'echte' baarmoederhalskanker krijgt een vrouw meestal het advies om haar baarmoeder en het bovenste deel van de vagina te laten wegnemen. Dit is een relatief grote operatie omdat daarbij ook het omringende steunweefsel en de lymfklieren in de onderbuik worden verwijderd. Soms is ook een bestralingskuur na de operatie nodig.

Verbonden onderwerpen